Smiley face

Welkom op de website van het Veteranen Platform

Als de belangenbehartiger van alle Nederlandse veteranen streeft het Veteranen Platform er naar hem sociaal trots en sterk te houden. Veteranen, die het Koninkrijk der Nederlanden onder oorlogsomstandigheden of tijdens vredesmissies, vaak met gevaar voor eigen leven hebben gediend, hebben immers recht op ons aller erkenning en waardering en waar nodig zorg.

In 30 jaar is er veel gebeurd en gerealiseerd. Voor een terugblik tot heden klik hier.

Doorn 25 maart 2022

Gisterenavond 24 maart 2022, omstreeks 21:45 uur, is tot onze grote spijt Frans Rondel zacht ingeslapen. Frans heeft jarenlang als secretaris VP heel veel betekend voor het bestuur en de medewerkers van het Veteranen Platform. Op deze foto bedankte Frans eenieder voor de voordrachten die er toe hebben geleid dat hem tijdens de Eindejaarsbijeenkomst 2019 de Ted Meines Prijs werd toegekend. Wij gaan hem allen zeer missen en wensen zijn vrouw Jozka en de rest van de familie heel veel sterkte toe… Rust in vrede “Ridder Frans”…

Doorn, 2 maart 2022

Geachte Volksvertegenwoordigers,

Onlangs, op donderdag 17 februari, zijn de resultaten van het onderzoek ‘Dekolonisatie, onafhankelijkheid, geweld en oorlog in Indonesië, 1945 – 1950’ gepresenteerd. Het Veteranen Platform (VP) heeft daar toen in haar reactie ‘Herhaling van zetten’ expliciet afstand van genomen.

Het VP, een vereniging van meer dan 80 veteranenorganisaties en representant van meer dan 100.000 veteranen en hun relaties, heeft de afgelopen periode gebruikt om de mening en gevoelens te peilen bij zijn leden en in de Nederlandse samenleving.

Het genoemde onderzoek, ingesteld mede naar aanleiding van het boek ‘De brandende kampongs van generaal Spoor’, van Rémy Limpach, had ertoe moeten leiden dat Nederland in ‘het reine’ zou moeten komen met zichzelf en met zijn historie in de onderhavige periode. Het is evident dat dit met name gevoelig ligt bij de veteranenorganisaties. Zij representeren, en/of voelen zich de erfgenamen van, onze Indië- en KNIL-veteranen, hun familie en nabestaanden.

Het VP was en is het eens met het voorgestelde onderzoek zoals vermeldt in de kabinetsbrief aan de Kamer van 2 december 2016 (Kamerstuk 26049-82) en heeft zich in 2016 expliciet ook achter dit onderzoek gesteld. Echter, dan moet de uitvoering van dit onderzoek wel boven elke twijfel verheven zijn en dat is in onze ogen nu niet zo. Dat tast het algemeen draagvlak voor de conclusies aan.

De reden dat wij de resultaten het voorliggende onderzoek niet kunnen accepteren is gelegen in de navolgende factoren.

  • Het VP, maar ook uw Kamer, heeft ingestemd met de brief van 2016. Dit onderzoek is niet uitgevoerd naar de letter en in de geest van deze brief.
  • De onderzoekscommissie heeft een eigen richting binnen de onderzoeksopdracht gekozen en daarbij vanuit een antikoloniaal perspectief bewust eenzijdig gefocust op het Nederlands gebruik van (vermeend) extreem geweld.
  • De antwoorden op de ‘waarom vraag’ ten aanzien van het Nederlands geweldgebruik zijn naar onze mening onvoldoende overtuigend onderbouwd.
  • Leden van de Maatschappelijke Klankbordgroep (MKBG) voelen zich bij het leveren van constructieve kritiek tijdens het proces niet gehoord en derhalve niet serieus genomen door de onderzoekscommissie.
  • Een lid van de Wetenschappelijke Advies Commissie (WAC) heeft zich eerder al formeel gedistantieerd van de inhoud van het onderzoek.
  • Kritische geluiden uit de samenleving zijn geweerd.

De Minister-President heeft namens de regering, al voor de Kamerbehandeling, een standpunt namens Nederland ingenomen en wereldkundig gemaakt. Hierbij zijn alle conclusies zoals getrokken door de onderzoekers zonder wederhoor geaccepteerd.

De Tweede Kamer als controleur van de regering en namens alle Nederlanders het toetsend orgaan van deze regering, is daardoor naar ons gevoelen buiten spel gezet. Wij, de veteranenorganisaties, voelen dat er over ons gesproken wordt, maar zeker niet met ons. Dat er eenzijdig over onze veteranen geoordeeld wordt, zonder wederhoor. Daarom ontbreekt het nodige draagvlak voor de uitkomsten van dit onderzoek, zeker in de veteranengemeenschap. Een draagvlak dat nodig is om ‘in het reine’ te kunnen komen met ons verleden.

In de kamerbrief van dec 2016 is duidelijk gesteld “….maar acht het van belang dat een nader onderzoek juist ook aandacht geeft aan de moeilijke context waarin Nederlandse militairen moesten opereren, het geweld van Indonesische zijde, de inzet waarbij geweld geen of nauwelijks een rol speelde en de verantwoordelijkheid van de politieke, bestuurlijke en militaire leiding”. Naar onze mening voldoet het voorliggende onderzoek niet of te weinig aan deze omschrijvingen. Hierdoor ontbreekt o.a. de balans tussen het gebruik van geweld door Nederlandse militairen en Indonesische strijdende partijen. Er wordt eenzijdig nadruk gelegd op het ‘systematisch’, structureel’, ‘extreem’, ‘excessief’ geweldsgebruik van Nederlandse zijde. Dit creëert een verkeerd beeld. Hiermee wordt de suggestie gewekt als zouden alle Nederlandse militairen (meer dan 200.000!) zich hieraan hebben schuldig gemaakt. Er wordt voorbijgegaan aan de conclusie van Rémy Limpach dat het merendeel van de Nederlandse militairen ‘schone handen’ had. Er wordt ook voorbijgegaan aan alle goede en humanitaire werk van de Nederlandse krijgsmacht, waardoor ook vele Indonesische levens zijn gered en gespaard. Ondanks dat de individuele veteranen zogezegd niets wordt verweten, maar de verantwoordelijkheid wordt gelegd bij ‘Krijgsmacht als geheel’, hogere ambtenaren en de politiek, blijft het beeld hangen dat alle veteranen fout hebben gehandeld. Hiermee verdwijnt de menselijke maat en wordt geen recht gedaan aan wat er werkelijk is gebeurd gedurende deze complexe, gewelddadige en controversiële periode in onze vaderlandse geschiedenis.

Het VP, en met haar alle veteranen, wil graag dat er recht wordt gedaan aan de oorspronkelijke bedoeling van het onderzoek, zoals gesteld in de kamerbrief van dec 2016. Dat er een gebalanceerd beeld wordt geschetst van het geweldgebruik door alle partijen en de militaire context recht wordt gedaan. Dat er met name ook aandacht wordt besteed aan al het goede werk, gedaan door Nederlandse militairen. Dat de conclusies beter aansluiten bij de werkelijkheid, inclusief de gewelddadigheden van beide kanten. Bovenal willen wij graag dat dit wordt toegegeven en dan ruim gecommuniceerd wordt, zodat ook al die veteranen die zich naar eer en geweten hebben ingezet tijdens deze onmogelijke missie, zich herkennen in het verhaal. En dat hun relaties en nabestaanden met trots de overleveringen kunnen blijven vertellen. Het was misschien beter geweest een excuus te maken naar alle jongemannen die jaren werden weggerukt van familie en vrienden om slecht voorbereid, onvoldoende opgeleid en uitgerust een onmogelijk guerrillaoorlog te moeten gaan voeren aan de andere kant van de wereld en waarvan de meesten met schone handen zijn teruggekeerd. Maar ook naar hun familie en nabestaanden.

Alleen een onderzoek dat boven elke twijfel verheven is en gebalanceerd inzage geeft in de onderwerpen zoals gesteld in de kamerbrief van dec 2016, kan recht doen, niet alleen aan onze geschiedenis, maar met name ook aan de veteranen, hun familie en nabestaanden.

Het VP gaat dan ook graag in gesprek met de Kamercommissie die de resultaten van het onderzoek zal gaan evalueren, om haar standpunten nader toe te lichten.

Namens het bestuur van het Veteranen Platform,

J.F.A.M. van Griensven
Luitenant-generaal b.d.
voorzitter

Doorn, 22 februari 2022

Het Veteranen Platform is namens haar lidorganisaties de belangenbehartiger van alle Nederlandse veteranen en hun relaties om erkenning en waardering te bevorderen en zorg te waarborgen (www.veteranenplatform.nl).
De leden van het bestuur worden benoemd door de Algemene Leden Vergadering voor een periode van 4 jaar en zijn eenmaal herkiesbaar.
Per juni 2022 treedt de huidige penningmeester van het Veteranen Platform, ktza b.d. Hans Peters, na twee termijnen van 4 jaar statutair af. Het bestuur is derhalve opzoek naar een nieuw bestuurslid met als hoofdaandachtsgebied de financiële zaken van het VP. Wij willen benadrukken dat de tijdsbelasting in verhouding tussen algemene bestuurswerkzaamheden en de werkzaamheden van penningmeester liggen op 75 / 25).

De taken van dit bestuurslid met als hoofdfunctietaak penningmeester zijn:

  • het verrichten van algemene bestuurstaken waaronder het deel uit maken van projecten en commissies van het VP;
  • het onderhouden van het netwerk van interne en externe relaties als bestuurslid en penningmeester;
  • het opstellen van de begroting en financiële verantwoording zoals de jaarrekening en het financiële evaluaties;
  • het verwerven van financiële middelen (subsidieaanvragen);
  • het uitvoeren van het financieel beheer inclusief betalingen;

Profiel penningmeester:

  • is veteraan;
  • heeft een sterke affiniteit met erkenning, waardering en zorg voor veteranen en hun relaties;
  • heeft kennis van de defensieorganisatie, de veteranengemeenschap, en de inrichting van de erkenning, waardering en zorg aan veteranen;
  • beschikt over kennis en kunde van financiering op strategisch, tactisch en operationeel niveau;
  • beschikt (bij voorkeur) over kennis en ervaring als econoom, accountant of controller.

Na een selectie wordt de meest geschikte kandidaat door het bestuur voorgedragen aan de Algemene Ledenvergadering ter benoeming.

Geïnteresseerden voor deze vrijwilligers functie worden verzocht contact op te nemen met de huidige penningmeester Hans Peters, mob. 06-58961758 of via e-mail penningmeester@veteranenplatform.nl

17 februari 2022

Het Veteranen Platform (VP), als spreekbuis namens alle Nederlandse veteranen en hun relaties, was positief over het initiatief van het Kabinet uit 2016 om een diepgaand onderzoek uit te laten voeren naar de gebeurtenissen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in voormalig Nederlands-Indië in de periode 1945 -1949. De intentie van het Kabinet was duidelijk en is verwoord in de Kamerbrief van 2 december 2016 (Kamerbrief TK 26 049 nr.82 d.d. 2 dec 2016) . Het allesomvattend onderzoek zou verbreding en verdieping moeten brengen in de vele reeds bestaande publicaties over dit onderwerp. De Kamerbrief stelt o.a. dat het Kabinet zich realiseert “.. dat een vervolgonderzoek pijn zal kunnen veroorzaken bij de groep Indië veteranen, maar acht het van belang dat een nader onderzoek juist ook aandacht geeft aan de moeilijke context waarin Nederlandse militairen moesten opereren, het geweld van Indonesische zijde, de inzet waarbij geweld geen of nauwelijks een rol speelde en de verantwoordelijkheid van de politieke, bestuurlijke en militaire leiding”. Daarbij werd benadrukt dat het zou moeten gaan om een “breed opgezet onderzoek naar de context van het geweldsgebruik en de periode van dekolonisatie. ……. Een dergelijk onderzoek dient zich niet te beperken tot de geweldpleging door alle partijen waar veel deelstudies zich op richten, doch nadrukkelijk in te gaan op de brede context van de naoorlogse dekolonisatie (inclusief samenleving) en het politiek, bestuurlijk, justitieel en militair optreden in 1945–1949 in voormalig Nederlands-Indië /Indonesië, zowel vanuit Haags als vanuit lokaal perspectief”.

Het VP, hoewel betrokken in de Maatschappelijke Klankbordgroep, heeft nog geen inzage gehad in alle publicaties van het onderzoek en moet daarom haar standpunt baseren op de inhoud van het Slotwerk en vier deelpublicaties, alsmede enkele andere voorpublicaties.

Het VP is teleurgesteld in de bij haar bekende uitkomsten van het onderzoek omdat het duidelijk niet voldoet aan de oorspronkelijke strekking en intentie van het Kabinet. Daarbij is de vrees, zoals die eerder door het VP is geformuleerd in een reactie op de voorpublicatie van de onderzoeksresultaten (Brochure ODGOI AUP, d.d. 30 nov 2021) , bewaarheid geworden. De onderzoekers hebben zich eenzijdig gefocust op het vermeende structureel gebruik van extreem geweld door de Nederlandse krijgsmacht en daarmee worden impliciet onze Nederlandse veteranen en veteranen van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL) aangewezen als zondebok. Daarbij worden termen gehanteerd als ‘systematisch’, ‘structureel’ en ‘extreem’, zonder duidelijke duiding, dan wel op basis van zelf geformuleerde definities, waar de nodige kanttekeningen bij geplaatst kunnen worden.

Het VP is ook teleurgesteld in het wetenschappelijke gehalte van een aantal publicaties. Te vaak worden er eigen meningen, voorkeuren, definities en interpretaties gebruikt die niet of onvoldoende zijn onderbouwd met bronnen, noch zijn gebaseerd op een heldere analyse van de situatie of voorhanden zijnde informatie. Daar waar met grote regelmaat suggestieve termen worden gebruikt als ‘systematisch’, ‘structureel’, ‘grootschalig’ en zelfs grote aantallen slachtoffers worden genoemd, worden die niet onderbouwd met een overtuigende kwantitatieve analyse. Overigens wordt dit laatste met zoveel woorden toegegeven door de onderzoekers. Hiermee vervalt volgens het VP de wetenschappelijke basis voor sommige vergaande conclusies. Het zogenaamde alomvattende (extreme) geweld wordt hierdoor niet bewezen, noch geduid naar aard, omvang, locatie en frequentie. Kortom, het is slechts een bevestiging van wat al langer bekend was, namelijk dat er aan weerszijden gedurende de onafhankelijkheidsstrijd in Nederlands-Indië soms buitenproportioneel geweld is gebruikt. Dit onderzoek voegt dus niets nieuws toe aan de bestaande kennis op dit gebied.

Het is buitengewoon kwalijk dat de suggestie wordt gewekt (niet wetenschappelijk kwantitatief onderbouwd) dat de krijgsmacht als instituut (dus alle Nederlandse militairen) haar boekje te buiten ging, terwijl het (excessief) geweldgebruik van de tegenpartij wordt gebracht als reactief geweld van een vrijheidsstrijder. Ondanks dat er geregeld is geciteerd uit het werk van Limpach, wordt diens constatering dat het merendeel van de Nederlandse militairen schone handen had, niet ontkracht, maar angstvallig vermeden(De brandende Kampongs van generaal Spoor, Limpach, 2016).

Feit blijft dat de Nederlandse Krijgsmacht door de regering is ingezet als een van de politieke instrumenten die tot haar beschikking stonden om haar doelen na te streven. Meer dan 200.000 veteranen hebben zich gedurende ruim 4 jaar naar eer en geweten ingezet om de opdracht om orde en rust te brengen, vorm te geven. Dit moest gebeuren in een uitermate complexe en onbekende omgeving en voor hen buitengewoon extreme en omstandigheden, zowel militair, geografisch, klimatologisch, als cultureel. Om goed te kunnen begrijpen, maar vooral ook te kunnen verklaren, wat er is gebeurd, hadden de gebeurtenissen vooral vanuit die context en vanuit de toenmalige tijdgeest moeten worden beschouwd. Het voorliggende onderzoeksresultaat kenmerkt zich echter door een eenzijdige focus op het Nederlandse geweld en veel sympathie voor het Indonesische perspectief. De dekolonisatieperiode is te nadrukkelijk onderzocht vanuit de hedendaagse waarden, normen en ethische overwegingen, waarop een anti koloniale houding en persoonlijke moralistische opvattingen een sterk stempel drukken. Helaas worden hierbij en passant meer dan 200.000
veteranen impliciet weggezet als extreme geweldplegers (oorlogsmisdadigers) en worden zij en hun relaties en nabestaanden geschoffeerd en gestigmatiseerd.

Hoewel in de voornoemde Kamerbrief uitdrukkelijk wordt gevraagd om met name ook onderzoek te doen naar inzet van Nederlandse militairen waarbij geweld geen rol speelde, is er bewust  oorbijgegaan aan de talloze voorbeelden waarbij de Nederlandse militairen invulling gaven aan de wederopbouw van de Indische archipel. Voorbeelden waarbij zij de lokale bevolking van voedsel voorzagen, medische hulp boden, humanitaire actie uitvoerden, infrastructuur verbeterden, kortom de wederopbouw letterlijk vorm gaven en het leven voor miljoenen mensen weer dragelijk probeerden te maken. Inspanningen waarvoor een groot deel van de Indonesische bevolking onze veteranen tot op de dag van vandaag nog steeds dankbaar is.

Het voorliggende resultaat van het meerjarige Indië onderzoek doet volgens het VP geen recht aan een evenwichtige geschiedschrijving en geeft daarmee geen invulling aan de verwachting die door het Kabinet is gewekt in de Kamerbrief. Niet alleen worden de Indië- en KNIL-veteranen onnodig beschadigd, maar indirect ook alle veteranen en hun relaties die zich in latere missies loyaal, integer en naar eer en geweten hebben ingezet en nog steeds inzetten voor de belangen van onze Nederlandse maatschappij.

Onze verwachting is dat de resultaten van het onderzoek een grote impact zullen hebben op de vanwege hun hoge leeftijd en indringende ervaringen kwetsbare Indië veteranen en hun relaties en nabestaanden. Het VP staat klaar om waar nodig kameraadschappelijk ondersteuning te bieden via het Veteranenloket van het Nederlands Veteraneninstituut.

Doorn, 16 februari 2022

Op donderdag 17 februari zullen de resultaten van het meerjarig Indië onderzoek ” Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950″ bekend worden gesteld. Omdat de resultaten impact kunnen hebben heeft de Minister van Defensie bijgaande brief verstuurd aan onze Indië-veteranen. Tevens is gevoegd een brief van de directeur NLVi voor het bijwonen van een tweetal bijeenkomsten over deze resultaten.

Hier de brief van de minister van defensie

Hier de brief van het NLVi

Doorn, 15 februari 2022

Op donderdag 17 februari wordt de presentatie van de resultaten van het onderzoeksprogramma Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 online uitgezonden. De presentatie begint om 9:00 uur. Het volledige programma vindt u hier.

U kunt de livestream via deze link volgen.

De presentatie wordt in het Nederlands en het Engels uitgezonden. U kunt zelf kiezen in welke taal u mee wilt luisteren. U hoeft zich niet van tevoren voor deze uitzending aan te melden.

Vragen
Tijdens de uitzending zullen de onderzoekers een aantal vragen van kijkers beantwoorden. Heeft u een vraag voor de onderzoekers? Mail deze dan tijdens de presentatie naar info@ind45-50.nl. Als er geen tijd meer is om uw vraag in de uitzending te beantwoorden, krijgt u later een antwoord per e-mail

Heeft u vragen over dit onderzoek? Die beantwoorden wij uiteraard graag. Mail ons via info@ind45-50.nl. Wij hebben hier de meest gestelde vragen op een rijtje gezet.

Er is ook een informatiebrochure van AURORE over . Die kunt u hier downloaden

Doorn, 13 februari 2022

U heeft het de afgelopen jaren niet kunnen missen en zeker niet de laatste weken. Films, boeken, tentoonstellingen, dissertaties. Dagelijks is er wel ergens in de geschreven pers, op radio of tv een item over de dekolonisatie van Nederlands-Indië. Allemaal inleidende beschietingen voor de presentatie van de resultaten van 5 jaar onderzoek ‘Dekolonisatie, onafhankelijkheid, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’ op donderdag 17 feb (11 deelstudies en een samenvattend sluitwerk!!). Dit zal ongetwijfeld leiden tot veel commotie, niet in de laatste plaats onder de veteranen. Gebaseerd op de geluiden tot nu toe lijken zij de kop van jut te worden.
Misschien tijd voor een tegengeluid. Luister dan gerust even naar de podcast van onze voorzitter op Delta Tango van de Telegraaf.
More to follow.

Hier de link naar de podcast.

Doorn, 12 februari 2022

Vandaag precies 70 jaar geleden werd een Nederlands bataljon in Hoengseong in Korea overlopen door een overmacht aan Chinese militairen. Hierbij kwamen 17 Nederlandse militairen om het leven, waaronder hun commandant, lkol Marinus den Ouden. Gisteren woonde ik, in het bijzijn van o.a. de Koreaanse ambassadeur en defensie attaché, een herdenking bij in Roosendaal. Daar staat het monument, dat 40 jaar gelden geschonken is door de Koreaanse regering ter herinnering aan de dappere Nederlandse militairen die voor Korea hun leven lieten. Zij hadden in Roosendaal bij de commando’s hun training ondergaan.

Helaas was dit meteen de laatste herdenking op deze locatie aangezien de groep betrokken Korea veteranen te klein wordt.

Ik was als IGK begin 2019 in Korea op de plek waar deze slag zich heeft afgespeeld. Indrukwekkend. Indrukwekkend is ook de wijze waarop de Koreanen steeds weer hun dank betuigen; aan onze eeuwig helden.

Korea, de ‘vergeten oorlog’, maar niet voor hen die daar hun leven lieten. Er liggen ca 120 collega’s op het VN ereveld Tanggok in Busan. Lest we forget!

Doorn, 29 januari 2022

Afgelopen week is in Leiden de kol b.d. en oud Tweede Kamerlid Theo van den Doel gepromoveerd met zijn dissertatie over het Nederlandse veteranenbeleid tussen van 1945 tot 2015. In zijn beschrijvend onderzoek blijkt wat veel veteranen al lang aan den lijve hebben ondervonden: de regering zag erkenning, waardering en zorg voor haar veteranen vaak niet als een prioriteit.
Enkele citaten van de onderzoeker onderschrijven dit;
‘De overheid heeft een zorgplicht voor haar militairen. Die zorgplicht is gebaseerd op de grote risico’s die militairen lopen bij de uitoefening van hun beroep. Die zorgplicht wordt door de overheid weliswaar erkend, maar desondanks is zij in de nakoming ervan regelmatig tekortgeschoten’
‘Er werd geen lering getrokken uit eerdere missies. Na het drama in Srebrenica verviel de overheid in dezelfde fout als na de missie in Nederlands-Indië. Door het politieke en militaire debacle was er geen ruimte voor erkenning van de inzet van de militair. Miskenning van de inzet van de veteraan door overheid en samenleving blokkeert het herstelproces bij de psychisch beschadigde veteraan.’
Gelukkig is er met de komst van de Veteranenwet het afgelopen decennium veel verbeterd. ‘Maar het papieren beleid komt niet altijd overeen met de uitvoering in de praktijk. Dat geldt zowel in de voorbereidingsfase, de uitvoeringsfase en de nazorgfase.’
Een mooi overzicht van 70 jaar Veteranenbeleid in Nederland en ……… nog veel werk aan de winkel dus!

Overheid schoot lange tijd tekort bij de behandeling van veteranen

Doorn, 18 januari 2022

Sluitingstermijn 1 februari voor Vacature vicevoorzitter Veteranen Platform

Per juni 2022 zal de huidige vicevoorzitter van het Veteranen Platform, kol klu bd Gerard Kuppen, na 8 jaar statutair aftreden. Het bestuur is derhalve opzoek naar een nieuwe vicevoorzitter.

Het Veteranen Platform is namens haar lidorganisaties de belangenbehartiger van Nederlandse veteranen en hun relaties om erkenning en waardering te bevorderen en zorg te waarborgen (zie ook https://veteranenplatform.nl/)

De taken van de vicevoorzitter zijn:

– Is beleidsverantwoordelijk voor het nuldelijnsondersteuningssysteem (NOS 2.0);
– Is, in het kader van het NOS, intermediair tussen het NLVi en de lidorganisaties van het VP, die de nuldelijnsondersteuners leveren;
– Is verantwoordelijk voor de aansturing van het project ‘Helden op Kunstwerken’;
– Onderhoudt samen met de voorzitter de externe contacten;
– Vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid;
– Heeft zitting in de commissie toekenning Ted Meines Prijs.

Profiel:

– is veteraan (afkomstig van een van de aangesloten veteranenorganisaties);
– beschikt over een sterke affiniteit met nuldelijnsondersteuning en zorg voor veteranen, dienstslachtoffers en hun relaties;
– heeft kennis van het veteranenbeleid, regelgeving en de veteranenzorg;
– heeft kennis van de defensieorganisatie, de veteranengemeenschap en de inrichting van de erkenning, waardering, hulp en zorg aan veteranen;
– beschikt over goede schriftelijke en mondelinge communicatieve uitdrukkingsvaardigheden;
– is een goede teamplayer en kan goed netwerken;
– is betrouwbaar, integer en discreet.

De functie zal vervuld worden d.m.v. een selectie procedure, waarna betrokkene wordt voorgedragen aan de Algemene Ledenvergadering ter goedkeuring.

Geïnteresseerden voor deze (vrijwilligers) functie worden verzocht contact op te nemen met de huidige vicevoorzitter Gerard Kuppen.
E-mails naar: vicevoorzitter@veteranenplatform.nl

Page 2 of 19 1 2 3 4 19

© 2015 Veteranen Platform – van Veteranen voor Veteranen